

Er ligt sneeuw en het is bar koud. Toch zit op zondagmiddag 5 februari het Grand-Café Concordia in Haastrecht vol mensen die gekomen zijn om naar een programma van 'maritieme zang' te luisteren. Ze hebben er reizen uit Appingedam, Hattem, Helmond, Leiden voor over gehad om zich hier in de warme zaal te verzamelen. Het podium staat er bij als een muziekkiosk op een warme zomerdag. Het is niet helemaal rond, maar wel afgezet met een mooi bewerkt ijzeren hek en het wacht op de eerste groep.
Dat is vandaag Stowaway, vrij vertaald: de verstekeling, uit Appingedam. Ondanks deze naam zeer zichtbaar, zingen drie rijzige mannen, begeleid door gitaar en soms a capella, de liederen van zee en zeelui in mooie harmonie. Hun stemmen worden nooit luid en brengen je daardoor in een sfeer waarbij je af en toe met de ogen dicht wilt luisteren. Zó heb ik nog niet vaak maritieme liederen horen klinken; de eerste ontdekking van deze middag.
Een heel andere insteek heeft de groep Seyl en Treyl uit Oudewater (met een stevige link naar het shantykoor De Kaapstander). De twee dames en twee heren, gekleed in het blauw van de zee – zelfs de laarzen zijn blauw geverfd! – zijn direct een stuk onstuimiger. Twee accordeons, blokfluit en gitaar ondersteunen hun enthousiast gezongen repertoire. Het podium wordt uitbundig gebruikt, de opstelling wisselt geregeld, kortom: er zit beweging in. De zaal wordt vanzelf roeriger, je móet wel meebewegen, heerlijk!
De formatie Selkie brengt Groningse, Friese en zelfs Schotse zangers en muzikanten op het toneel. Rijk voorzien van instrumenten, waaronder whistles en de Ierse bodhrán, zingen ze hun Engelstalige muziek. De tweede openbaring vandaag: ik wist niet dat er zo veel Engelse liederen zijn op dit gebied. Het is jammer dat ik de teksten niet altijd goed kan volgen; Schots en Iers zijn ook niet direct mijn vak. En het vrolijke geroezemoes in de zaal maakt een goede verstaanbaarheid extra lastig.
r




Tot slot beklimt De Kaapstander het podium, vertrouwd volk! Het grote koor vult de 'kiosk' zo volledig, dat het ineens een volgeladen schip is geworden met een fraaie reling. De begeleiding van de zangers en zangeressen past er niet meer bij en moet het een trapje lager zoeken. De shanty's en de, soms gewaagde, seasongs in het Nederlands, Frans, Engels en zelfs Middeleeuws Spaans worden telkens luchtig ingeleid, wat een prima zaak is: de zaal wordt aanmerkelijk stiller.
De Kaapstander is een gemengd koor met zeer speciale elementen. Bij de begeleidende instrumenten bijvoorbeeld wisselen, naast twee accordeons (herkennen we hier Seyl en Treyl?) heel origineel de viool, kromhoorns, basblokfluit, klarinet en melodica elkaar af.
En wat denk je als midden in een lied het schip begint te deinen, het scheepsvolk langzaam overhelt naar links, en dan weer terug naar rechts …? Het publiek houdt de adem in, een enkeling wordt zelfs zeeziek! Dàt is de choreografie van De Kaapstander, verrassend, bijzonder. Nog even met zijn allen letterlijk 'down' voor de 'low bridge' en ook dit optreden is voorbij.
Maar de middag is nog niet om. Nog heel lang wordt er spontaan in de kring gezongen en dan blijkt al dat shanty-volk toch één grote familie te vormen: zo gaat dat bij volksmuziekmensen. Blij dat ik ook dit weer ontdekt heb!
5 februari 2012
Tineke Maas – van Hirtum
fan van De Kaapstander